Shop
Veelgestelde vragen

    Bij welke temperatuur en onder welke weersomstandigheden kan ALLESDICHT worden verwerkt?

    WARCO ALLESDICHT wordt bij droog weer aangebracht. De lucht en de ondergrond moeten een temperatuur van minstens 5 °C hebben. De bovengrens is 30 °C. Tussen 15 °C en 25 °C kan de vloeibare afdichting het gelijkmatigst worden aangebracht. Bij kans op vorst, regen of sneeuw wordt niet gewerkt. Het oppervlak moet vrij zijn van regen, dauw en condens. De werkelijke ondergrondtemperatuur is bepalend, omdat donkere metalen platen en bitumineuze oppervlakken in de zon aanzienlijk warmer worden dan de lucht.


    Deze grenzen hangen samen met de manier waarop de rubberhuid ontstaat. Tijdens het drogen verdampt het water. Tegelijk vloeien de bindmiddeldeeltjes samen tot een gesloten, elastische film. Kou en een hoge luchtvochtigheid vertragen dit proces. Vorst kan een nog niet volledig doorgedroogde laag blijvend beschadigen. Op sterk opgewarmde oppervlakken droogt de bovenzijde daarentegen sneller dan de laag eronder. Daardoor kan zich voortijdig een gesloten film vormen.


    Zolang een aangebrachte laag nog vochtig is, blijft het oppervlak gevoelig voor invloeden van buitenaf. Dauw en een hoge luchtvochtigheid verstoren de filmvorming. Regen kan het verse oppervlak bovendien uitspoelen. Tijdens het aanbrengen en drogen moet de afdichting daarom vrij van condens blijven. Dit speelt vooral bij nachtelijke afkoeling. Als de temperatuur van het bouwdeel onder het dauwpunt komt, slaat vocht neer op de verse laag. Ook harde wind is ongunstig. Het oppervlak droogt dan ongelijkmatig en er kan stof op de laag terechtkomen.


    Een volgende laag wordt pas aangebracht wanneer de filmvorming van de vorige laag is voltooid en bij aanraking niets meer loskomt. Na 8 uur droogtijd is het oppervlak regenvast, maar bij koel of vochtig weer duurt dit langer. Bij aansluitingen en doorvoeren moet de constructie tijdens het drogen minstens 48 uur tegen invloeden van buitenaf worden beschermd. In het koele jaargetijde is het beschikbare tijdvenster vaak kort. Het begint nadat de morgendauw is opgedroogd en eindigt zodra de vochtigheid tegen de avond weer toeneemt.