Shop
Veelgestelde vragen

    Hoe wordt de ondergrond onder een klimtoestel veilig gemaakt?

    Een valdempende ondergrond is vereist zodra de vrije valhoogte van een klimtoestel meer dan 60 cm bedraagt. NEN-EN 1176 schrijft dit voor speeltoestellen binnen het toepassingsgebied van deze norm voor. Voor klimtoestellen die uitsluitend voor particulier gebruik zijn bestemd, geldt daarentegen NEN-EN 71-8.


    Geschikt zijn valdempende matten van rubbergranulaat waarvan de volgens NEN-EN 1177 vastgestelde kritische valhoogte ten minste gelijk is aan de vrije valhoogte van het klimtoestel. Ook losse bodembedekkingen, zoals boomschors, houtsnippers, zand of valdempend grind met een korrelgrootte van 2 tot 8 mm, komen in aanmerking. Deze worden aangebracht volgens NEN-EN 1176 en moeten geregeld worden aangevuld tot de vereiste laagdikte.


    De valdempende ondergrond moet de volledige opvangzone afdekken. Bij een vrije valhoogte tot 150 cm loopt deze zone minimaal 150 cm door buiten de verticale projectie van de verhoogde toestelonderdelen. Bij een grotere vrije valhoogte bedraagt de minimale uitbreiding twee derde van de vrije valhoogte, vermeerderd met 50 cm.


    De ondergrond moet vóór het leggen vlak en draagkrachtig worden gemaakt. Stenen, glas, scherpe randen en andere harde voorwerpen moeten worden verwijderd.


    Controle van de ondergrond omvat regelmatig onderzoek naar beschadigingen en losse verbindingen. Bij losse bodembedekkingen wordt ook de laagdikte gecontroleerd, terwijl afzonderlijke valdempende tegels zo nodig kunnen worden vervangen.