Wanneer heb ik een opsluitband nodig bij bestrating of rubbertegels?
Een opsluitband, ook wel kantopsluiting genoemd, begrenst paden en verharde oppervlakken aan de zijkant. Deze is vooral nodig bij bestrating op een ongebonden fundering, zoals klinkers of tegels op een verdichte granulaatlaag.
De opsluitband vormt een zijdelingse steun voor de verharding. Hij neemt horizontale krachten op die ontstaan door belopen, berijden en temperatuurbewegingen. Daardoor blijven de buitenste stenen of tegels op hun plaats, blijven voegen gesloten en kunnen randelementen niet kantelen of verschuiven. Bij klinkerbestrating en bij tegels met verbindingspennen op een ongebonden fundering is deze zijdelingse borging vereist.
Een opsluitband is niet altijd constructief noodzakelijk wanneer het oppervlak blijvend wordt ingesloten door draagkrachtige onderdelen, zoals een aangrenzende betonvloer, een muur of een vaste gebouwrand. Toch kan kantopsluiting ook dan nuttig zijn voor een nette scheiding tussen pad, gazon, plantvak of zandoppervlak. Veelvoorkomende toepassingen zijn perkranden en de begrenzing van een beachvolleybalveld.
Plaats opsluitbanden staand in een betonfundering met achtersteun. Minstens ongeveer 65% van de hoogte hoort onder het uiteindelijke maaiveld te liggen, zodat de band beter bestand is tegen kantelen en verschuiven. Een draagkrachtige, goed gedraineerde en vorstbestendige ondergrond draagt bij aan een duurzame afwerking. Door de elastische eigenschappen zijn zowel rechte als gebogen randen mogelijk.