Hoe wordt de kritische valhoogte volgens NEN-EN 1177 bepaald?
De kritische valhoogte van een valdempende ondergrond wordt volgens NEN-EN 1177 vastgesteld met een reeks valproeven. Een proefkop met versnellingsopnemer valt vanaf verschillende hoogten op meerdere volgens de norm gekozen meetpunten. De kritische valhoogte is de laagste hoogte waarbij de HIC-waarde 1000 of gmax 200 g bereikt, waarbij het ongunstigste meetpunt bepalend is.
De uitkomst geldt voor de beproefde opbouw en de omstandigheden tijdens de proef. Het testrapport vermeldt onder meer de dikte van de valdempende ondergrond, de onderliggende fundering en de relevante beproevingscondities. Voor een reeds aangebrachte valdempende ondergrond kan een meting op locatie de valdemping bevestigen. Daarbij wordt op vastgelegde meetpunten vanaf een voorgeschreven hoogte gemeten of HIC en gmax binnen de grenswaarden blijven.