Shop
Veelgestelde vragen

    Wat beïnvloedt de schokdemping van zand, grind, houtsnippers en boomschors op speelplaatsen?

    Bij zand, grind, houtsnippers en boomschors ontstaat de schokdemping door de losse stortlaag en de holle ruimten tussen de korrels en snippers, niet door de opbouw van een tegel. Korrelgrootte, korrelvorm, fijne delen, laagdikte, ondergrond, vocht en temperatuur bepalen daarom hoe goed de stortlaag tijdens het gebruik dempt.


    Korrelgrootte en zuiverheid liggen vast in de norm. De tabel met bodemsoorten in NEN-EN 1176-1 vermeldt gewassen zand van 0,2 tot 2 mm, rond en gewassen grind van 2 tot 8 mm, houtsnippers van 5 tot 30 mm en verkleinde schors van naaldbomen van 20 tot 80 mm. Houtsnippers moeten vrij zijn van bewerkt hout, schors en bladeren. Silt- en kleideeltjes zijn evenmin toegestaan. Fijne delen door slijtage, grond of strooimiddelen vullen de holle ruimten. De korrels grijpen dan in elkaar en de schokdemping neemt aanzienlijk af.


    De tweede bepalende factor is de laagdikte. De aangebrachte laagdikte bedraagt 30 cm bij een maximale vrije valhoogte tot 2 m en 40 cm bij een valhoogte tot 3 m. Een vrije valhoogte van meer dan 3 m is bij speeltoestellen niet toegestaan. In beide laagdikten zit telkens 10 cm extra boven de minimale laagdikte van 20 respectievelijk 30 cm, omdat de losse stortlaag tijdens het spelen wordt weggespeeld en verdrongen. In de opvangzones ontstaan toch kuilen, juist daar waar de laagdikte nodig is. Een markering op de kantopsluiting maakt de voorgeschreven vulhoogte controleerbaar.


    De ondergrond en het weer spelen een eigen rol. Zonder waterdoorlatende funderingslaag raakt de stortlaag van onderaf doorweekt. Zonder scheidingslaag vermengt de stortlaag zich met de grond en groeien er wortels in. Nat zand verdicht zich en dempt minder goed. Boomschors wordt bij langdurige regen slijmerig, verteert het snelst en verliest volume. Een doorgevroren stortlaag dempt niet meer en het speeltoestel moet dan buiten gebruik worden gesteld. Split en strooizout mogen niet op een valdempende ondergrond worden gebruikt. Zand, grind, houtsnippers en boomschors mogen niet met elkaar worden vermengd, omdat dit de schokdemping vermindert.


    Het onderhoud sluit hierop aan. In de opvangzones wordt de laagdikte gecontroleerd en tot de markering aangevuld. De stortlaag wordt losgemaakt en opnieuw verdeeld. Bladeren, glas, dierlijke uitwerpselen en verteerde boomschors worden verwijderd en verontreinigd zand wordt gereinigd of vervangen. De geschiktheid van een losse stortlaag wordt niet aangetoond met een beproeving volgens NEN-EN 1177, maar berust op bodemsoort, korrelgrootte en aangebrachte laagdikte. Dat geldt alleen zolang deze waarden kloppen. De controles volgens NEN-EN 1176-7 bestaan uit visuele routine-inspecties, operationele inspecties elke 1 tot 3 maanden en een jaarlijkse hoofdinspectie door deskundigen.