Shop
Veelgestelde vragen

    Welke legpatronen zijn mogelijk bij rubberplaten?

    Voor platen van rubbergranulaat zijn kruisverband, diagonaalverband, halfsteensverband en wildverband mogelijke legpatronen. Welk legpatroon mogelijk is, hangt af van het plaattype en het verbindingssysteem.


    Bij kruisverband liggen de voegen in beide richtingen in één lijn. Met platen in verschillende kleuren ontstaat daarbij een schaakbordpatroon. Een diagonaalverband is een kruisverband dat ten opzichte van de randen van het vlak is gedraaid.


    In halfsteensverband verspringt elke rij een halve plaatlengte. Bij wildverband wisselt de verspringing per rij.


    Platen zonder verbindingssysteem kunnen in alle genoemde patronen worden geplaatst. Platen met verbindingspennen zijn meestal bestemd voor halfsteensverband. Bij open of verdekte puzzelverbindingen worden vooral kruisverband en diagonaalverband toegepast. Sommige series laten daarnaast een verspringing van een halve of een derde plaatlengte toe. De voorschriften voor het betreffende plaattensysteem zijn altijd bepalend.


    Voor een stabiel oppervlak zijn een passende platenverbinding, een geschikte ondergrond en een vakkundige plaatsing van belang.


    Voor platen van rubbergranulaat zijn vooral kruisverband, diagonaalverband, halfsteensverband en wildverband geschikt. Platen zonder verbindingssysteem kunnen in principe in alle genoemde patronen worden geplaatst. Voor een stabiel oppervlak zijn vooral een passende platenverbinding, een geschikte ondergrond en een vakkundige plaatsing van belang.

    Andere vragen in deze categorie