Hoe goed is de warmte-isolatie van rubbertegels?
Rubbertegels van PU-gebonden rubbergranulaat vormen een aanvullende warmte-isolerende laag, maar zijn geen isolatielaag in bouwfysische zin. Het effect ontstaat door het samenspel van de granulaatkorrels, polyurethaan als bindmiddel en de met lucht gevulde poriën. Vooral de dikte van de tegelvloer en de warmtegeleidingscoëfficiënt bepalen de isolerende werking.
De warmtegeleidingscoëfficiënt λ geeft aan hoe gemakkelijk warmte door een stof wordt geleid. Hoe lager de waarde, hoe kleiner de warmtestroom bij gelijke dikte en gelijk temperatuurverschil. Voor vloeren van rubbergranulaat ligt deze waarde, afhankelijk van de productreeks, rond 0,07 tot 0,16 W/(m·K). EPS, oftewel geëxpandeerd polystyreen, heeft als isolatiemateriaal met circa 0,035 W/(m·K) een duidelijk lagere waarde. De tegelvloer isoleert, maar vervangt geen isolatielaag.
Wanneer een bouwdeel warmte-isolatie nodig heeft, zoals een plat dak boven een verwarmde ruimte of een vloer boven een onverwarmde ruimte, kan de tegelvloer deze functie niet overnemen. Bij openporige, waterdoorlatende uitvoeringen voor buiten is de isolerende werking in natte toestand bovendien geringer dan in droge toestand.
In de praktijk komt het effect vooral naar voren op een koele ondergrond. In onverwarmde kelders, werkplaatsen en op terrassen onttrekt een droge tegelvloer aanvankelijk minder warmte aan de voet, waardoor het oppervlak minder koel aanvoelt. Op een dakterras houdt de tegelvloer de dakbedekking in de schaduw, waardoor het dagelijkse temperatuurverloop ervan wordt vertraagd. Boven vloerverwarming werkt dezelfde eigenschap omgekeerd. Bij een grotere dikte reageert het oppervlak trager op aanpassingen van de regeling.